Bij de keuze van het juiste implantaat wordt er rekening gehouden met de vorm, volume en een profiel dat binnen uw wensen en lichaamsverhoudingen past. Uw verhoudingen worden nauwkeurig door de plastisch chirurg opgemeten en vormen het vertrekpunt voor een goed uitgebalanceerde borstvergroting.

Volume

Om de grootte van het implantaat te bepalen wordt er tijdens het consult eerst de basisbreedte van de borst gemeten. Meestal is deze borstbreedte ongeveer 10 tot 15 centimeter.

Elke centimeter maakt al het verschil in de keuze voor het volume. Zo kan de borstbreedte van mevrouw X maar 1 cm verschillen van mevrouw Y en toch in volume een groot verschil maken.
Om dit beter te kunnen begrijpen, wordt de vergelijking gemaakt met het vullen van een zwembad. Beiden zwembaden zijn even lang maar het tweede zwembad is 1 meter breder. Om het tweede zwembad te vullen is er een inhoud nodig van 20m3 in plaats van 15 m3. Iemand met 1 cm grotere borstbreedte krijgt dan bijvoorbeeld een borstimplantaat van 200 CC en de ander een borstimplantaat van 150 CC.

Rimpels en plooien

Door overvulling wordt de huid van de borst zo strak om het implantaat getrokken dat het implantaat gaat rimpelen of plooien die aan het buitenoppervlak van de borst zichtbaar zijn. Dit komt met name voor bij vrouwen waarvan de implantaten te groot zijn in verhouding tot de borstbreedte. Ook kunnen rimpels of plooien zichtbaar zijn wanneer de borstbreedte niet optimaal benut wordt, doordat er in verhouding een smaller implantaat wordt aangebracht.

Vorm van het implantaat – anatomisch of rond?

Verder wordt het gedeelte van de tepel tot de borstplooi opgemeten. De borstplooi is dat deel waar de beugel van een beugelbeha zit. Het deel van tepel tot borstplooi is meestal 5 tot 8 cm. Voor vrouwen die kinderen hebben, zal het aantal centimeters wellicht hoger zijn. Deze afmeting is bepalend voor de keuze van de vorm van het implantaat.

borstvergroting hoeveel cc

Er zijn twee mogelijkheden voor de vorm van het implantaat, namelijk: rond of anatomisch (druppelvormig). De keuze voor de vorm van de borstprothese, is afhankelijk van de vorm en het volume van de borsten. Dit in combinatie met de specifieke wensen voor de borstvergroting.

Stevigheid

De plastisch chirurg meet ook de stevigheid en elasticiteit (veerkracht) van de huid. Een soepele huid biedt meer ruimte voor een groter implantaat. Wanneer er onder een strakke huid een groot implantaat geplaatst wordt, komt er meer spanning op de huid te staan wat het genezingsproces niet ten goede komt en kan leiden tot striae.
Vrouwen die kinderen hebben gehad, kunnen veel stevigheid kwijt zijn in het bovenste gedeelte van de borst. Indien er sprake is van gewichtsverlies dan kan de stevigheid afgenomen zijn in het onderste deel van de borst.

borstvergroting hoeveel cc

Profiel

Naast de grootte van het borstimplantaat speelt ook het profiel (oftewel projectie) een belangrijke rol. Het profiel verwijst naar hoe ver het implantaat vanaf de borstwand steekt. Afhankelijk van de wensen kan er gekozen worden uit een reeks borstimplantaten met meer of minder projectie. Zo kan het zijn dat er meer volheid aan de onderkant en zijkanten van de borst gewenst is en een medium profiel borstimplantaat een goede optie is. Dit implantaat is breder en platter, waarvoor voldoende ruimte in de borst aanwezig dient te zijn. Eén van de voordelen voor slankere vrouwen met een hoog profiel implantaat is dat ze meer volheid naar buiten kunnen krijgen in plaats van aan de zijkanten van hun borsten.

Plaatsing: boven, onder of half onder de spier (dual plane)

Het type implantaat, de gewenste vergroting, de lichaamsverhoudingen en de aanbevelingen van de plastisch chirurg bepalen of het implantaat boven de spier, half onder de spier of onder de bindweefsellaag worden geplaatst.

Boven de spier (subglandular)

De plastisch chirurg kan bij voldoende huidbedekking ervoor kiezen om het implantaat boven de spier te plaatsen. De borsten kunnen zo met het eigen borstweefsel mee bewegen en geeft het meest natuurlijke resultaat. Ook beweegt het implantaat niet mee bij het aanspannen van de borstspier.

borstvergroting hoeveel cc

Double bubble (dubbele plooi)

Een borst mag niet teveel hangen, anders kan het zogenoemde double bubble effect optreden. Het borstklierweefsel zakt bij een double bubble over het implantaat heen, waardoor er een dubbele plooi ontstaat. Indien er sprake is van hangende of verslapte borsten kan eerst een borstlift en dan een borstvergroting worden uitgevoerd.

Half onder de spier (dual plane)

Als de huidbedekking van de borst erg dun is, is de kans groot dat de bovenste rand van het implantaat in de borst zichtbaar en/of voelbaar is als het implantaat boven de spier geplaatst wordt. In dat geval kan het implantaat half onder de spier geplaatst worden. De randen zijn daardoor niet voelbaar. Het implantaat wordt aan de bovenkant bedekt door de spier en aan de onderkant door het borstweefsel.

Vrouwen die fanatiek sporten kunnen tijdens het aanspannen van de borstspier het implantaat iets naar opzij bewegen.

borstvergroting hoeveel cc

Onder de bindweefsellaag (subfascial)

Bij deze methode wordt het implantaat onder de dunne maar stevige bindweefsellaag geplaatst. De bindweefsellaag bevindt zich tussen het borstweefsel en de spieren. Dit zorgt ervoor dat er een bedekking van het implantaat door het borstweefsel wordt bereikt en het implantaat ondersteunt wordt door de bindweefsellaag. Net als bij de dual plane methode kan de plastisch chirurg om dezelfde reden voor deze methode kiezen.

borstvergroting hoeveel cc

Vulling van het implantaat

Een borstimplantaat bestaat uit een ruwe siliconen omhulsel gevuld met siliconengel die ervoor zorgt dat de vorm van het implantaat beter behouden blijft. De implantaten van Mentor zijn er in verschillende gradaties en de keuze voor de vulling is afhankelijk van de lichaamsverhoudingen en uw wensen. Zo behoudt Mentor Xtra te allen tijde zijn vaste vorm, waardoor er minder kans is op rimpeling van het implantaat. Dit implantaat heeft meer vulling en blijft ondanks de stevigheid wel soepel aanvoelen.


Borstlift

De plastisch chirurg voert ook de driehoeksmeting uit: de meting van het halskeelkuiltje naar de tepels tot de driehoek gevormd is. De ideale afstand van deze gelijkzijdige driehoek is 21 cm. Aan de hand van deze meting kan de plastisch chirurg zien of de tepels een beetje naar beneden staan of juist te hoog. Wanneer de afstand tussen het halskeelkuiltje en de tepel bijvoorbeeld 25 cm is, kan het zijn dat er een kleine borstlift nodig is.

Cupmaat – hoeveel cc is welke cupmaat?

De plastisch chirurg kan tijdens het consult een indicatie geven, maar kan nooit een cupmaat met u afspreken. De cupmaat van het ene behamerk verschilt van het andere merk. Zo hanteren Nederlandse fabrikanten andere cupmaten dan bijvoorbeeld Amerikaanse fabrikanten. Een X aantal CC’s staat daarom niet gelijk aan een bepaalde cupmaat.